Medicatie

Algemene principes
U krijgt vanuit de dialyseafdeling een lijst van uw thuismedicatie mee. Telkens wanneer er een wijziging gebeurt, wordt er een nieuwe lijst afgedrukt en aan u meegegeven. Wanneer uw huisarts de medicatie wijzigt, dient u de nefroloog hierover in te lichten. Als u problemen hebt om bepaalde medicatie in te nemen, dient u de nefroloog hier ook van te verwittigen. Gebrekkige of onjuiste inname van medicatie kan ernstige gevolgen hebben voor uw gezondheid. Indien u tegenover bepaalde medicatie allergisch gereageerd hebt, is het van groot belang om dit aan de nefroloog mee te delen, zodat dit in uw dossier kan worden genoteerd.

Vaak voorkomende medicatie

  • Injectafer®
    IJzer is een bouwsteen voor de aanmaak van rode bloedcellen. U krijgt dit naargelang de noodzaak toegediend via het dialysetoestel bij hemodialyse of via een infuus bij peritoneale dialyse.

  • Erythropoëtine (“epo”)
    Dit is een hormoon dat door de nieren wordt geproduceerd en de aanmaak van rode bloedcellen bevordert. Bij nierinsufficiëntie maakt het lichaam te weinig erythropoëtine, wat leidt tot bloedarmoede. U krijgt erythropoëtine toegediend volgens uw behoefte (meestal éénmaal per week), via het dialysetoestel bij hemodialyse of door een onderhuidse injectie bij peritoneale dialyse. Een te hoge dosis erythropoëtine kan schadelijke gevolgen hebben. De nefroloog zal er dus strikt op toezien dat het aantal rode bloedcellen binnen de gewenste limieten blijft.

  • Vitamines
    U krijgt bij elke dialyse een gele pil die verschillende soorten B-vitamines (onder meer foliumzuur, vitamine B1, vitamine B2, vitamine B6, vitamine B12) bevat, omdat er bij hemodialyse een verlies is van deze vitamines.

  • Bactroban® neuszalf
    Wanneer u drager bent van bepaalde bacteriën (staphylococcen) in de neus, krijgt u wekelijks neuszalf om deze kiemen uit te roeien. Deze bacteriën kunnen immers ernstige infecties elders in het lichaam veroorzaken.

  • Bloeddrukverlagende middelen
    Wanneer uw bloeddruk ondanks het bereiken van een optimaal streefgewicht toch nog te hoog is, dan zal de nefroloog u bloeddrukverlagende medicatie voorschrijven. Deze kan sterk verschillen van patiënt tot patiënt. Als u gevoelig bent voor bloeddrukdalingen tijdens de hemodialyse, zal u eventueel voorgesteld worden om de bloeddrukmedicatie na dialyse in te nemen of enkel op niet-dialyse dagen.

  • Fosfaatbinders
    Door de verminderde nierwerking stapelt fosfaat zich op in uw lichaam. Dit kan jeuk veroorzaken. Het belangrijkste probleem is echter dat het fosfaat samen met calcium neerslaat in uw bloedvaten die daardoor kunnen verstoppen. Dit proces noemt men aderverkalking. Het is dus van het grootste belang dat uw fosfaat goed gecontroleerd is. Daarom dient u in eerste instantie een fosfaatarm dieet te volgen. Daarnaast krijgt u fosfaatbinders, die de fosfaatopname uit de voeding afremmen. Sommige fosfaatbinders (Phoslo®, Renepho®) kan u zo bij de apotheker afhalen. Voor andere (Rengal®, Renvela®, Fosrenol®) moet u eerst aan de adviseur van de mutualiteit goedkeuring van terugbetaling vragen. Het attest dat hiervoor nodig is zal u van de nefroloog ontvangen. Om een goede werking van deze medicatie te hebben, dient u deze verplicht samen met de maaltijden in te nemen. Fosfaatbinders kunnen de werking van bepaalde antibiotica storen en mogen dus niet samen met deze antibiotica worden ingenomen. De nefroloog zal u dit meedelen. 

  • Bicarbonaat
    Door de verminderde nierwerking wordt de zuurtegraad van uw bloed te hoog. Om dit te neutraliseren krijgt u soms natriumbicarbonaat voorgeschreven, wat door uw apotheker wordt klaargemaakt.

  • Kaliumbinders
    Door de verminderde nierwerking kan kalium uit de voeding zich vrij snel opstapelen. Een te hoog kalium kan levensbedreigende hartritmestoornissen geven. Een dieet arm aan kalium is voor mensen in kunstnierbehandeling zeer belangrijk. Kalium wordt via de dialyse verwijderd. Desondanks hebben sommige patiënten nog een te hoog kalium. In dat geval wordt Kayexalaat® of Sorbisterit® voorgeschreven. Deze medicatie bindt het kalium uit de voeding en verhindert zo dat het in het lichaam wordt opgenomen. Het is dus van groot belang dat de medicatie samen met de maaltijd wordt ingenomen. Een vervelende bijwerking van Kayexalaat® of Sorbisterit® is een moeilijke stoelgang. Om dit te vermijden kan u één of twee soeplepels sorbitol aan elk maatje Kayexalaat® of Sorbisterit® toevoegen.

  • Vitamine D of cinacalcet
    Deze medicatie (1 Alfa-Leo®, Rocaltrol®, Mimpara®) remt de bijschildklier. Een overmatige werking van de bijschildklier veroorzaakt ontkalking van het bot en aderverkalking.

www.nefrologiebrugge.be maakt gebruik van cookies. Door verder te surfen gaat u expliciet akkoord met het gebruik van deze cookies.